EADV richtlijn: 'Het toedienen van insuline met de insulinepen'
EADV heeft een monodisciplinaire richtlijn ontwikkeld om alle diabeteszorgverleners te voorzien van wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen, wat betreft de wijze van insulinetoediening met een insulinepen bij mensen met diabetes mellitus. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan:
Klik hier voor de EADV richtlijn: Het toedienen van insuline met de insulinepen
Klik hier voor de samenvattingskaart van deze richtlijn (Nederlandse versie)
Klik hier voor de samenvattingskaart van deze richtlijn (Duitse versie)
Klik hier voor de samenvattingskaart van deze richtlijn (Franse versie)
U kunt de richtlijn "Het toedienen van insuline met de insulinepen" bestellen bij het Secretariaat van EADV. De kosten die hieraan zijn verbonden zijn € 5,00 per stuk + € 3,95 administratie- en portokosten.
EADV-richtlijn: 'Uitvoering van zelfcontrole'
EADV heeft de richtlijn 'Uitvoering van zelfcontrole' ontwikkeld. Dit is een verpleegkundige richtlijn waarin over multidisciplinaire onderwerpen, zoals de indicatie voor - en de frequentie van zelfcontrole geen uitspraken worden gedaan. Diabetes mellitus, verder kortweg diabetes genoemd, is een snel toenemende ziekte in Nederland alsook in de rest van de wereld. In Nederland zijn er ± 480.000 mensen bekend met diabetes en jaarlijks komen daar tussen de 40.000 en de 65.000 mensen bij (Bron: Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2002).
Diabetes is een stofwisselingsziekte waarbij de glucoseregulatie defect is door óf het volledig ontbreken van het hormoon insuline (type 1 diabetes), óf door het niet juist functioneren en/of onvoldoende aanwezig zijn van insuline (type 2 diabetes). Bij zo'n 90% van de mensen met diabetes is sprake van type 2 diabetes. Daarnaast bestaan een aantal vormen die overeenkomsten met type 2 diabetes hebben, zoals zwangerschapsdiabetes (NDF 2003). Er is (nog) geen genezing voor diabetes. Mensen met type 1 diabetes zijn volledig aangewezen op insulinetherapie; van de mensen met type 2 diabetes gaat ongeveer 30% uiteindelijk insuline gebruiken (Rutten 1999).
Diabetes kan leiden tot ernstige complicaties, zowel in de grotere (macrovasculaire complicaties) als in de kleinere bloedvaten (microvasculaire complicaties). Aangetoond is dat een goede bloedglucoseregulatie in combinatie met een goede bloeddruk samengaat met een verminderde kans op het ontstaan van aan diabetes gerelateerde complicaties (DCCT 1993, UKPDS 1998). Om een goede bloedglucoseregulatie te bereiken, moet volgens de Nederlandse Diabetes Federatie, zelfcontrole beschouwd worden als een onmisbaar hulpmiddel.
Op basis van de gevonden bloedglucosewaarden bij de zelfcontrole worden belangrijke beslissingen genomen. Echter, de uitslag van de zelfcontrole blijkt niet altijd betrouwbaar te zijn (Alto et al 2002, Bergenstal et al 2000, Schrot et al 1999). Een veel voorkomend probleem is een foutieve uitvoering van de zelfcontrole (Alto et al 2002, Bergenstal et al 2000, Dorchy et al 2003, Nijpels et al 2003). Aangetoond is, dat een foutieve uitvoering van de zelfcontrole de betrouwbaarheid van de uitslag van de bloedglucosewaarden negatief beïnvloedt (Alto et al 2002, Bergenstal et al 2000).
Klik hier voor de richtlijn: "Uitvoering van zelfcontrole"
Voor het bedrag van € 12,50 kunt u de richtlijn 'Uitvoering van zelfcontrole' inclusief geplastificeerde samenvattingskaart opvragen bij het secretariaat van de EADV. De samenvattingskaart kunt u los bestellen voor € 3,50 per stuk. Bij een afname van minimaal 10 samenvattingskaarten kost een kaart € 3,00 per stuk. Deze kosten zijn exclusief administratie- en portokosten.
Richtlijn: Evidence based Diabetische Retinopathie
De nieuwe richtlijn 'Diabetische retinopathie: screening, diagnostiek en behandeling' is samengesteld op verzoek van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG), in het kader van evidence based richtlijnontwikkeling door de Orde van Medisch Specialisten. De ontwikkeling van deze richtlijn werd ondersteund door het Dutch Cochrane Centre. Sinds 1997 heeft het NOG reeds de beschikking over een, in samenwerking met het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg (CBO) ontwikkelde, evidence based richtlijn Diabetische Retinopathie. Sinds 1998 bestaat er een gecombineerde richtlijn van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO en de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), ISBN 90-6910-217-X en in 2000 kwam een samenvatting daarvan van de NDF met ISBN 90-804493-3-4. De bestaande richtlijnen waren om verschillende redenen aan herziening toe.
De prevalentie en incidentie van diabetes mellitus (DM) zijn de laatste jaren toegenomen en door taakdifferentiatie. Mede op basis van de afspraken binnen het Landelijk Platform Oog-zorg (LPO) nemen paramedici in toenemende mate taken van artsen over. Fotografen, diabetesverpleegkundigen, nurse practitioners, graders, technisch oogheelkundig assistenten (TOA´s) en optometristen worden zowel extra- als ook intramuraal ingeschakeld bij de diabetische oogzorg. Sinds de vorige richtlijnen zijn er nieuwe, evidence based inzichten gekomen met betrekking tot de methodes van screening, diagnostiek en (niet oogheelkundige) behandeling van diabetische retinopathie (DR).
Implementatie van de nieuwe richtlijnen heeft als gevolg dat meer patiënten met DR worden gescreend en gediagnosticeerd: de oogheelkundige capaciteit dient te worden uitgebreid. Taakherschikking is daarbij een belangrijk element en hiermee is in deze richtlijn ook rekening gehouden.
Leden kunnen hier de complete richtlijn downloaden
Klik hier voor de samenvatting van deze richtlijn